INLEIDING
Weet u nog waar u was toen …….? Een hele generatie lang is die vraag gesteld na de moord op John F Kennedy. Een soortgelijke indringende gebeurtenis is de aanslag op de Twin Towers in New York; beter bekend onder de naam: ‘911’. Velen waren grotendeels ‘live’ toeschouwer bij deze tragedie. Fictie werd non-fictie. Zeven jaar en twee dagen later ontstond een ander type ramp: ‘De val van Lehman Brothers’, ofwel ‘913’. De gevolgen zijn verstrekkend, mede voor de ontwikkeling van sommige overheidsschulden. Deze blog verkent aandachtspunten voor het verlagen van schuldenposities van overheden na ‘913’. Dit heeft tot doel om bij te dragen aan het debat hoe om te gaan met schulden door overheden en de gevolgen van (eventuele) maatregelen.
IOUSA: RISICOGEBIEDEN
De documentaire IOUSA heeft indertijd veel indruk gemaakt, vooral omdat een belangrijke speler binnen het Amerikaanse overheidsbestel zich publiekelijk kritisch over de economie én moraal van de V.S. uit durfde te laten. Datum van release: drie weken voor ‘913’! Het belang van deze documentaire kan niet vaak genoeg worden benadrukt. Door de vele grafieken en jargon wordt zeker wat van de kijker verwacht, maar daar krijgt hij/zij veel voor terug. De documentaire geeft een overzichtelijk beeld van belangrijke risicogebieden binnen het Amerikaanse systeem. Juist nu, met een nieuwe president van de V.S. op komst, bestaat wellicht nog meer noodzaak, om kennis van deze materie te nemen. Onderstaand wordt een samenvatting met bevindingen gegeven.
Risicogebied 1: Overheidsschuld (Federal debt) / Begrotingstekort (Budget deficit)
Een overheidsschuld (staatsschuld) ontstaat door een opeenstapeling van tekorten, omdat, jaar na jaar, meer wordt uitgegeven dan inkomsten (voornamelijk belastingen) ontvangen zijn. Bij uitgaven in een jaar zijn dan aflossingen van de staatsleningen meegerekend. Als er geleend moet worden om bestaande leningen af te lossen, zoals bij een begrotingstekort het geval is, loopt de staatsschuld op. Een financieringstekort geeft aan in hoeverre de staatsschuld toeneemt.
Vanaf het millennium liepen de tekorten sterk op in de V.S. De makers in IOUSA geven voor 2007/2008 de volgende ratio’s: Amerikaanse overheidsschuld US$ 8,7 tln (8.700.000.000.000), het Bruto Binnenlands Product (GDP) US$ 13,5 tln, dus een debt/GDP ratio van 64,4%.
Voor de presidentsverkiezingen van 2008 was David Walker, scheidend voorzitter van de General Accounting Office, een van de trekkers van de ‘Fiscal Wake Up tour’. Men had als doel het besef van beleidsmakers en burgers te versterken dat fiscaal beleid mede gericht zou moeten zijn op het afbouwen van de overheidsschuld.
Risicogebied 2: Spaartekorten (Savings deficit) & monetair beleid
In IOUSA wordt uitgelegd dat spaartekorten ontstaan wanneer particulieren meer uitgeven dan dat zij verdienen. Algemene gedachte is dat spaaroverschotten nodig zijn voor het doen van investeringen in de maatschappij. Vanaf circa 1980 van de vorige eeuw spaarden de Amerikanen steeds minder. Kort voor ‘913’ was sprake van een trend van steeds hoger oplopende spaartekorten. In IOUSA wordt gepleit voor een dubbele besparing: meer sparen door particulieren en beperken van het geldvolume voor de particuliere sector via monetair beleid door de FED. Monetair beleid dient volgens de makers twee doelen:
- Stimuleren economische groei.
- Beperken inflatie.
Ad 1
Stimuleren economie via:
- Rente verlagen.
- Gemakkelijker geld lenen.
- Meer geld drukken en in omloop brengen [opening Fed windows]
Ad 2
Bij oplopende inflatie (de munteenheid verliest waarde) verloopt het proces precies andersom.
- Rente verhogen.
- Moeilijker geld lenen.
- Geld uit omloop halen [closing Fed windows]
Risicogebied 3: Handelstekorten (Trade deficit) & monetair beleid
Handelsoverschotten ontstaan wanneer een land meer exporteert dan importeert. In IOUSA wordt verondersteld dat een land regelmatig handelsoverschotten moet realiseren om een gezonde economie te bestendigen. De situatie van de V.S. blijkt tegenovergesteld. De vermaarde investeerder Buffet toont het voorbeeld van Squanderville versus Thriftville wat de gezonde verhouding tussen productie en consumptie betreft. Buffet stelt dat men niet voor eeuwig meer kan consumeren dan produceren.
Aan het einde van de animatie neemt Thriftville, Squanderville over. Dit is duidelijke de metaforische prelude op de overname van de V.S. door China. Deze stelling wordt nog eens kracht bijgezet door het voorbeeld van de afgedwongen overgang van de economische macht van het Verenigd Koninkrijk naar de V.S. in de jaren vijftig van de vorige eeuw. De ontwikkeling van het aandeel van vorderingen van het buitenland ondersteunt deze hypothese, zoals onderstaand blijkt:
Staatschuld bestaande uit: Trust fund debt (social security & othet trust funds) + debt held by public (US treasury bonds & securities).
In 1945: 25 mld + 235 mld = 260 mld, 0% percentage aan het buitenland verschuldigd.
In 1955 : 48 mld + 226 mld = 274 mld,0%
In 1965: 61 mld + 261 mld = 322 mld, 4,7%
In 1975: 147 mld + 395 mld = 542 mld, 16,7%
In 1985: 310 mld + 1,5 tln= 1,8 tln, 14,8%
In 1995: 1,3 tln + 3,6 tln = 4,9 tln, 22,2%
In 2007: 3,8 tln + 4,9 tln = 8,7 tln, 44,5%
tussen 2009 en 2015 zijn de handelstekorten cumulatief opgelopen tot een bedrag van
US$ 4,7 tln. Per jaar werd gemiddeld 678 mld meer geïmporteerd dan dat werd geëxporteerd door de V.S.
Risicogebied 4: Leiderschap
Het slotstuk van de in IOUSA behandelde risicogebieden betreft leiderschap. Ook in dit onderdeel blijkt dat de makers hun morele appèl onderbouwen via diverse voorbeelden en quotes.
Exemplarisch voor de toenmalige politieke verhoudingen is de wijze waarop minister van Financiën O’Neill te verstaan werd gegeven dat hij werd vervangen. In december 2002 kwam het Witte Huis met een verklaring dat O’Neill (en Larry Lindsey) vrijwillig ontslag had genomen. O’Neill spreekt dat in IOUSA stellig tegen. De Vice-President informeerde O’Neill dat de President had besloten dat er wisselingen zouden plaatsvinden in de formatie van het kabinet en dat O’Neill er één van was. Hij drong erop aan dat O’Neill zou verklaren dat hij had besloten om terug te gaan naar de private sector. Deze boodschap zou dan aan het publiek worden verkocht; O’Neill weigerde. De oorzaak waarom ze afscheid van O’Neill wilden nemen was omdat hij in het tweede deel van 2002 had aangegeven dat hij een tegenstander was van weer een belastingverlaging. In de discussie die daarop volgende verklaarde de Vice-President: “We hoeven ons niet druk te maken over tekorten.” O’Neill was verbijsterd over deze uitspraak. O’Neill verklaart in IOUSA: “Je komt uiteindelijk in de problemen wanneer je je schulden niet meer kunt betalen; het is dan einde oefening.”
Walker stelt dat grote beschavingen meestal zijn gevallen door interne in plaats van externe bedreigingen. Saillant detail is dat voormalig minister van Defensie Rumsfeld, een dag voor ‘911’, in een verklaring toegeeft dat volgens schattingen van zijn eigen diensten, circa 2,3 tln aan transacties van zijn departement niet meer zijn te traceren; dit is een voorbeeld van een interne bedreiging. Walker trekt een parallel met het langstlopende rijk uit de geschiedenis: Het Romeinse Rijk. De drie belangrijkste oorzaken waarom het Romeinse Rijk is gevallen zijn:
- Moreel verval en een tekort aan politieke beschaving van de bepalende elite.
- Overmoedig en overbelast militarisme rond de wereld.
- Onverantwoord fiscaal gedrag van de centrale overheden.
Walker: “We moeten wakker worden en ons realiseren dan we moeilijke keuzes moeten maken. Liever nu dan later. We moeten bewijzen dat wij het eerste Rijk zijn dat bestendig is.”
Voorts stelt hij dat het schrappen van social security-, defense- & medicare program alleen, niet leidt tot het oplossen van de financiële problemen van de V.S. Hij somt in een schema de netto contante waarde van alle (toekomstige) verplichtingen voor een totaal van 53 tln op, waar de V.S. op dat moment in 2008 voor staat:
11 tln: Totaal schulden
7 tln: Niet gedekte sociale zekerheid
26 tln: Niet gedekte ‘Medicare A&B’
8 tln: Niet gedekte ‘Medicare D’
1 tln: Overige
Dit is volgens de Controller General op dat moment een bedrag van US$ 175.000 per persoon in de V.S. om aan alle verplichtingen te voldoen. Hoeveel bezit de V.S. in dat jaar? US$ nihil.
In tegenstelling tot veel andere problemen stelt hij dat dit een V.S. probleem is en niet dat van anderen. Zonder ingrijpende maatregelen voorspelt Walker de ondergang van de V.S. “As the nation founders say: It is really up to us: We the people.”
Niet veel later komen diverse invloedrijke personen aan bod met de volgende quotes over de ontwikkeling van de financiële huishouding van de V.S. Met name de voorspelling van Buffet zou de komende periode wel eens bewaarheid kunnen worden.:
- Walker (voormalig Controller General): “Er is maar één persoon die dit probleem aan het Amerikaanse publiek kan adresseren en dat is de president van de V.S.”
- Rubin (voormalig minister van Financiën onder Clinton): “Het is helemaal niet zo gecompliceerd. Er is een oud gezegde: ‘er is geen gratis lunch voor een nationale economie’, waarmee alles wel wordt gezegd. Ik denk dat er een enorme mogelijkheid ligt voor de volgende president om het echte verschil te maken voor dit land, door serieus leiderschap te tonen aangaande diverse moeilijke problemen.”
- Paul sr (voormalig lid Congress voor de Republikeinen) : “We kunnen niet ongelimiteerd geld blijven drukken, want dat heeft een desastreus effect op de US$. We moeten de broekriem aanhalen en leven naar de middelen die er zijn.”
- Buffet (belegger): “Ik denk dat het opstapelen van meer en meer externe schulden, waardoor de rest van de wereld steeds meer eigenaar wordt van de V.S., meer politieke instabiliteit zal creëren en ruimte zal laten voor de mogelijke opkomst van demagogen die hele stomme dingen doen.”
- Greenspan (voormalig voorzitter van de FED): “Wat die diverse tekorten suggereren is dat we proberen meer te consumeren dan dat we produceren. We kunnen dat op korte termijn doen. Maar op lange termijn is dat een doodlopende straat. Zonder spaargelden is er geen toekomst.”
- O’Neill (voormalig minister van Financiën onder Bush jr): “We hebben presidenten nodig die zo toegewijd zijn aan het doen van het juiste voor het Amerikaanse volk en het behoud van waarden en normen wat zichtbaar is in het publieke domein.”
IOUSA: AANGEDRAGEN OPLOSSINGEN
Op 15-02-2008 Walker neemt na 9,5 jaar ontslag als Controller General, 6 jaar voordat zijn termijn eindigt. Hij neemt ontslag omdat hij zijn rol bij de Peterson Foundation in de Fiscal Wake Up tour niet kan verenigen met zijn functie als Controller General. In deze tour worden de volgende oplossingen aan ‘We, the people’ voorgesteld:
Risico 1: Budget oplossingen
- Eis verantwoordelijke budgetbeheersing, zowel publiek als privaat.
- Direct: ingrijpende hervormingen op het gebied van belastingen, sociale zekerheid en Medicare.
Risico 2: Spaar oplossingen
- Koop geen dingen die je je niet kunt veroorloven.
- Grootouders, open een spaarrekening voor uw kleinkinderen.
Risico 3: Handelsoplossingen
- Conserveer energie en eis een effectief energie beleid dat werkt.
- Hoge consumptie van fossiele brandstoffen leidt tot hoge handelstekorten; vermijd dit.
Risico 4: Leiderschap
- Wantrouw ongeloofwaardige politieke beloften.
- Onderneem actie tegen de passiviteit van Washington en de partijen die dat steunen.
- Registreer en STEM.
De projectie van Walker was toen dat in januari 2009 de overheidsschuld van de V.S. 10 tln zal bedragen resulterend in een fiscaal gat met een contante waarde van 56 tln, zijnde per hoofd van de bevolking US$ 184.000.
RECENTE STAND VAN ZAKEN
Risicogebied 1: Overheidsschuld (Federal debt) / Begrotingstekort (Budget deficit)
Voor het jaar 2014 bestonden de volgende ratio’s: Overheidsschuld US$ 18,0 triljoen, GDP US$ 17,4 tln, debt/GDP ratio 103%. De verdiencapaciteit van de V.S. is dus ten opzichte van haar schuldpositie sterk teruggelopen. De procentuele verdeling van de schuldeisers van de overheidsschuld van de V.S. was in dat jaar:
30% is van de militaire- sociale- en pensioen fondsen van de federale overheid.
20% is van de FED en lokale overheden.
15% is van privé pensioenfondsen
65% subtotaal overwegend binnenlandse schuldeisers
30% buitenlandse mogendheden
5% overige partijen.
In plaats van een fiscaal beleid gericht op het terugdringen van de overheidsschuld conform het door Walker gepropageerde beleid, is sinds 2008 hoofdzakelijk een ruimhartig monetair beleid (Quantitative Easing programs) gevoerd. Volgens de makers van IOUSA zullen door de vergrijzing grote groepen Amerikanen vanaf 2016/2017 hun aanspraken op een oudedagsvoorziening uitoefenen. Er zullen meer uitgaven dan inkomsten uit deze sociale fondsen plaatsvinden. Er zal een herfinanciering van deze spaarpotten door de centrale overheid moeten gaan plaatsvinden. Indien dit door met name China zal worden gefinancierd, zal de vordering op de overheidsschuld van de V.S. voor meer dan 50% in handen vallen van buitenlandse mogendheden.
Risicogebied 2: Spaartekorten (Savings deficit) & monetair beleid
De FED heeft sinds 2008 tot kortgeleden via diverse Quantitative Easing programma’s zich voornamelijk gericht op het stimuleren van economische groei. Het heeft in die periode in ieder geval geleid tot het ombuigen van spaartekorten naar tijdelijk beperkte spaaroverschotten. Anderzijds is de overheidsschuld van de V.S. extreem en progressief ten opzichte van het GDP, opgelopen.
Risicogebied 3: Handelstekorten (Trade deficit) & monetair beleid
Volgens de volgende publicaties zijn de importen tussen 2009 en 2015 telkens minimaal 30% hoger geweest dan de exporten. Al decennia lang hebben de V.S. een handelstekort op hun balans staan en dat is dus in de afgelopen jaren niet veranderd. Sinds enige tijd worden onderhandelingen gevoerd tussen de V.S. en vertegenwoordigers van Europa om tot een Transatlantic Trade & Investment Partnership (TTIP) te komen. Ondanks dat sommige gezaghebbende vertegenwoordigers van invloedrijke landen in Europa zich zeer negatief over een mogelijk akkoord hebben uitgelaten, blijven vertegenwoordigers van de EU nog steeds in gesprek. Ongeacht wie de nieuwe president van de V.S. wordt; hij/zij is tegen TTIP. Het ziet er naar uit dat Europa niet op korte termijn een makkelijker toegankelijk afzetkanaal wordt voor de Amerikaanse economie. Aan de exportzijde lijken niet direct andere makkelijke oplossingen voorradig.
Wanneer de Republikeinse kandidaat wordt gekozen, is niet direct te voorzien wat er op het gebied van handel zich gaat voordoen. Er zijn veel uitspraken gedaan die in de richting van bijvoorbeeld hogere importheffingen of zwaardere vormen van protectionisme gaan. De vraag is: wordt de soep zo heet gegeten als dat die wordt opgediend? Met een verdeeld Europa zal de V.S. haar positie zeker proberen uit te spelen om haar export op niveau te houden en haar import te beperken om het handelstekort op termijn om te buigen. Europa moet op haar hoede zijn.
Risicogebied 4: Leiderschap
Veel kiezers hadden de hoop dat met het aantreden van Barack Obama in 2009 grote veranderingen zouden worden doorgevoerd in de V.S. Gedurende de periode van het 111e Congres waren de kansen het grootst om dat te realiseren Wat in die periode er aan heeft ontbroken is dat de Democraten haar achterban te weinig hebben gemobiliseerd om maatschappelijk tegenwicht te bieden tegen de loopgraven oppositie die verwacht had kunnen worden. Hierdoor hebben toen echt fundamentele veranderingen het niet gehaald in het Congres. De bezetting van het 112e Congres was een afrekening van de kiezers aan het adres van Obama.
Sindsdien vechten Democraten en Republikeinen in een verziekt politiek klimaat elkaar de tent uit. In 2013 leidde dit tot een tijdelijke ‘Government shutdown’: de sluiting van alle niet essentiële overheidsdiensten van de federale overheid. Het leiderschap van verbinding is een utopie gebleken. De diepgewortelde maatschappelijke tegenstellingen worden steeds sterker zichtbaar. Wie kijkt er nog op van de zoveelste schietpartij binnen Amerika? De vraag doemt op wat voor leiderschap nodig is om het land, los van externe bedreigingen, niet te laten imploderen. Dat is interessant omdat de beide presidentskandidaten van 2016, om het nog eufemistisch uit te drukken, beperkt geliefd zijn. Dat draagvlak zou nog meer afnemen wanneer beide een visie in harmonie met IOUSA op het afbouwen van de overheidsschuld van de V.S. zouden voorstaan.
VERKENNINGSGEBIEDEN OPLOSSEN OVERHEIDSSCHULD VAN DE V.S.
Wat helaas te weinig wordt belicht in IOUSA, maar een steeds grotere invloed heeft op de toekomst, zijn de grote noodzakelijke investeringen om het ecologisch systeem te laten herstellen. Niemand zou de uitkomsten uit deze IPCC rapporten mogen negeren. Grote vraagstukken zijn de diverse uitstoten, vervuilde oceanen, stijging van de zeespiegel, uitsterven van diersoorten door menselijk handelen en klimaatverandering. Zorgwekkend is dat invloedrijke krachten binnen het Amerikaanse speelveld de ecologische problemen nog steeds als ‘onzinnig’ bestempelen. De tegenwerking van de V.S. op besluitvorming op dit gebied vanaf Kyoto tot aan voor het klimaatakkoord van Parijs zegt voldoende. De wijziging in attitude lijkt eerder ingegeven door de individuele voorkeur van de huidige president dan door het brede draagvlak binnen het land.
Ecologie houdt echter geen rekening met landsgrenzen.Het is daarom een mondiaal probleem met grote existentiële gevolgen. Stern heeft onder meer in ‘The economics of climate change’ berekend dat het totaal van noodzakelijke collectieve investeringen om de ecologische problemen op te lossen ten minste 5% van het GDP beslaan en kunnen oplopen tot 20% van het GDP. In een giftig politiek klimaat waar de barometer uitslaat naar degene met het meeste geld en niet degene met de meest bestendige boodschap, nam naast anderen, de V.S. op dit terrein al jaren niet haar verantwoordelijkheid. De komende periode zal moeten blijken of de door Obama ingezette richting een werkelijke trendbreuk tot gevolg heeft.
De hierboven genoemde kosten komen bovenop het door Walker voorgespiegelde beleid om de economie van de V.S. weer gezond te krijgen. Overheidsschulden zijn uitgestelde belastingen. Het is opvallend dat de Republikeinse presidentskandidaat spreekt over de grootste operatie van belastingverlagingen indien hij aan de macht komt. Maar voor wie? Dit lijkt namelijk een blanco cheque om de fiscale problemen nog groter te maken dan dat ze al zijn. Het fiscaal beleid zoals hij in 1991 uiteenzet is op zijn minst interessant te noemen. Voorts blijkt volgens Timiraos in The Wall Street Journal op 26 september 2016, het geheel van zijn maatregelen uiteindelijk te leiden tot een veel negatiever effect op de nationale schuld dan de maatregelen van zijn tegenstrever. Zij kiest een lijn van belastingverhogingen voor bedrijven en de hogere fiscale schalen voor particulieren.
Op bovengenoemde datum publiceerde Jeffrey een kritisch stuk over het beoogde beleid op dit terrein van beide kandidaten, waarin zij feitelijk herhaalt wat Walker al een kleine 10 jaar geleden voorspelde: de druk op aanspraken. Beide kandidaten zijn daar angstvallig stil over, want dat gaat stemmen kosten. Dit is ook een voorbeeld van het spanningsveld binnen de huidige vorm van die democratie. Politiek leiders durven niet een eerlijk toekomstbeeld te ‘verkopen’, ook als dat een achteruitgang in welvaart betekent, omdat zij bang zijn dat dat stemmen en dus invloed kost. Ook bij de Democratische kandidaat is nog maar de vraag of goed uitgewerkte scenario’s waarin naast het minimale percentage aan investeringen zoals dat door Stern is voorgesteld, onder meer die effecten van fiscalisering van aanspraken, beperkingen in economische groei of eerder waarschijnlijk, aanzienlijke krimp in de V.S. en de politieke en economische gevolgen hiervan in relatie tot de afbouw van de overheidsschuld, zijn uitgewerkt. Daarenboven kan de dominante positie van de V.S. alleen blijven bestaan indien de broze sociale cohesie in stand wordt gehouden als gevolg van het geloof in ‘The American Dream’. De laatste tijd staat voor zeker de middenklasse, het behalen van die droom ook steeds meer onder druk. Dit wordt mede ingegeven door de schulden die nog moeten worden afbetaald, zowel privé (bijvoorbeeld de langlopende studieschulden) als publiek (national debt).
In het het boek ‘Le Capital au XXIe siècle’ (2013) van de Franse econoom Thomas Piketty, toont hij aan dat de schuldencrisis van de V.S. (én Europa) een mondiaal probleem is dat mondiale oplossingen vereist. Vanzelfsprekend nuanceert Piketty op diverse momenten zijn stelling omdat het politieke element niet over het hoofd kan en mag worden gezien. Anderzijds is de kern van zijn boodschap wel een belangrijke: ver doorgevoerde internationale samenwerking. Zowel Walker als Piketty komen tot oplossingsgebieden wat betreft het oplossen van schuldencrises, die als volgt worden samengevat:
- Leiderschap.
- Fiscale en monetaire hervormingen.
- Inflatie.
- Budgetbeheersing, zowel publiek als privaat.
- Progressieve vermogensbelasting.
Ad 1 Leiderschap
De representatie binnen een democratie vloeit voort uit de meerderheid van stemmen. Maar zelfs als sprake is van een ‘cry for change’, blijkt in het geval van het begin van het presidentschap van Obama, dat grote veranderingen maar moeizaam tot stand kwamen. De invloed van lobbypartijen, media en bestaande constitutionele verbanden beperken democratische bewegingsruimte. Welk beeld wordt echter het electoraat voorgespiegeld? Walker heeft op een onderbouwde wijze de probleemstelling van het oplossen van de schuldenlast uiteengezet. Wat is er in de V.S. hiervan in de afgelopen jaren nu terecht gekomen? De feiten spreken voor zich. De schuldenteller staat thans op (national debt). Het verdienvermogen van de V.S. is in relatie tot die schuld achteruit gehold. Er is op dat vlak niet geleverd. Daar staat tegenover dat de werkloosheid is gedaald. Voormalig aanhanger en inmiddels overtuigd criticaster, miljardair Zuckerman, stelt echter dat de arbeidsmarkt door het gevoerde beleid is uitgehold. Obama heeft te weinig maatregelen getroffen om de V.S. er fiscaal en dus moreel weer bovenop brengen.
De meer filosofische vraag is wat mag worden verwacht van leiderschap binnen een democratie? Het schetsen van een realistisch toekomstbeeld en beleid lijkt het logische antwoord. Te weinig leiders binnen het politieke domein hebben de afgelopen 10 jaar in de V.S. en in Europa de verstrekkende gevolgen van de ecologische problemen en de afwikkeling van de schuldencrisis in realistische (fiscale) maatregelen uitgewerkt. Logischerwijs beginnen de millennials (geb 1980-2000) zich daarover zorgen te maken. De tegenstellingen breiden zich uit tussen niet alleen sociale klassen maar dus ook tussen generaties. Piketty schetst een beeld dat wanneer er niets wordt gedaan, toekomstige generaties weer veel meer afhankelijk zullen worden van de wieg waarin zij zijn geboren, dan de kansen die zich voordoen door onderwijs op de arbeidsmarkten.
Zullen de millennials en de generaties daarna een ander type leiderschap kiezen gericht op een andere visie met andere keuzes? Hierbij valt te denken aan een visie van doorontwikkeling van de huidige modellen (Angelsaksisch, Rheinlandisch, Centraal geleide, enzovoort) naar een ecologisch en economisch bestendig model (Econologic sustainability model) waarin niet de mens centraal staat, maar de continuïteit van de natuur én mens.
Zolang deze jonge mensen haar belangen te beperkt verdedigen, zal zij in de V.S. achter het net blijven vissen. Wellicht is het dan te laat, want zoals al eerder aangegeven, worden de twee huidige grote stromingen gedomineerd door vertegenwoordigers die vooral naar nu kijken en niet naar morgen, laat staan dat ze het electoraat daarover realistische rekensommen voorspiegelen.
Ad 2 Monetaire en fiscale hervormingen
Ongeveer de eerste definitie in de eerste economie les op de middelbare school is: ‘economie is de wetenschap die de mens bestudeert in zijn streven zijn behoeften te bevredigen met schaarse alternatief aanwendbare middelen.’ Westerse overheden hebben structureel schulden laten oplopen tot een niveau dat terugbetaling binnen redelijke termijn leidt tot ingrijpende gevolgen. Aanvullend daarop bestaat een monetair systeem waarbinnen via fractional reserve banking geld wordt gecreëerd, zonder dat daar de klassieke zekerheidstelling tegenover staat. Op basis hiervan kan worden vastgesteld dat vanaf het moment van het loslaten van de goudgerande dekking in 1971, de schaarste problematiek ten faveure van welvaartsdenken en inflatoire instrumenten is omzeild. In het verleden zijn staatsschulden vaak lager geworden als gevolg van inflatie.
Hoort in een moderne democratie de instelling die het monetaire volume bepaald, te vallen onder de besluitvorming van de volksvertegenwoordiging? Tegenstanders beargumenteren onder meer dat daardoor het monetaire beleid vooral korte termijn zal zijn gericht. Voorstanders zullen vooral het accent leggen op de noodzaak van democratisering en transparantie van monetaire stromen. Conform de Federal Reserve Act uit 1913, valt de FED dus niet onder het bewind van het Congres. In de afgelopen periode zijn door het Qauntative Easing-beleid zowel voor- als tegenstanders niet bevestigd in hun uitgangspunten van de functie van dit instituut. In bedrijfseconomische termen is sprake geweest van opportuun credit management omdat de druk op de partijen die de oplopende schulden moeten terugbetalen onrealistisch hoger is geworden. Ondanks een hele andere positionering van de centrale bank heeft Europa met een soortgelijk benadering hetzelfde effect gesorteerd.
Het post ‘913’ monetaire beleid is gericht geweest op het beschermen van het huidige welvaartsniveau in plaats van het bestendigen van het toekomstige welvaartsniveau. Bredere vertegenwoordiging in de monetaire instituten lijkt noodzakelijk om tot een meer afgewogen en toekomstbestendige monetaire besluitvorming te komen. De gevolgen voor bestaande verhoudingen zijn afhankelijk van de snelheid van en het draagvlak voor democratisch gedragen veranderingen. Zoals Walker al aangaf in 2008 zijn het ‘we the people’ die de beschaving vorm moeten geven.
Al lang wordt de vuistregel gehanteerd dat een economie met een overheidsschuld van 60% of lager van het GDP gezond is. Feit is dan wel dat het GDP groeit. De demografische ontwikkelingen voor de komende decennia laten een sterke vergrijzing in de V.S. en Europa zien. Daarmee komt – ceteris paribus – de stabiliteit van het GDP voor die gebieden sterk onder druk te staan. Juist nu de participatie daar nog relatief hoog is, zou het huidige beleid gericht moeten zijn op een progressieve afbouw van de overheidsschuld.
Met een GDP van US$ 17,4 tln over 2014 zou de overheidsschuld van de V.S. conform de gegeven vuistregel US$ 10,44 tln mogen bedragen. De werkelijke overheidsschuld was over 2014 US$ 18,12 tln. Er zou binnen afzienbare tijd dus een schuldbedrag van US$ 7,68 tln moeten worden afgebouwd om op dit vlak de overheidsfinanciën weer gezond te krijgen. Welke combinatie van fiscale maatregelen als beleid voor de komende jaren zal gelden, wordt voor de komende termijn mede bepaald door de keuzes van de volgende president van de V.S. De beide kandidaten hebben een afwijkend profiel. Het electoraat lijkt wat te kiezen te hebben. Wat deze twee echter verenigt, is dat zij niet concreet uitleggen wat de gevolgen zijn van een gezond fiscaal beleid voor de V.S. voor de komende periode. Überhaupt zijn de omgangsvormen van een bedenkelijk allooi als het gaat om dit soort geldverslindende democratische rites. De beschaving is ver te zoeken.
Ad 3 Inflatie
Door de napoleontische oorlogen had Groot-Brittannië een enorme overheidsschuld opgebouwd. In een lange periode van overschotten bij een minimale inflatie hadden zij in 1914 uiteindelijk hun schulden weggewerkt. In de eerste helft van de 20e eeuw hebben Duitsland en Frankrijk door de hoge inflatie hun aflossingsdruk op staatsschulden kleiner zien worden. In het tweede deel van die eeuw hebben ook de V.S. op momenten geprofiteerd van inflatie in relatie tot het verdampen van hun staatsschulden.
Relatieve zekerheden voor de komende decennia in de V.S. zijn druk op haar concurrentiepositie als gevolg van vergrijzing en onbetaalbaar onderwijs, resulterend in stagnatie van innovatie als ook grotere externe politieke invloed op het tijdig afbetalen van schulden door de V.S. Waarschijnlijk leiden deze processen tot krimp en een daling in de maatschappelijke geldhoeveelheid en dus deflatie. Wanneer de FED echter ter compensatie geld blijft pompen in de economie, zoals zij dat sinds de crisis langdurig heeft gedaan, dan is het wel heel moeilijk te voorspellen hoe inflatie zich zal gaan ontwikkelen.
Het is vooral de rol van de centrale banken die volgens Van Kuppeveld ook ter sprake komt in het rapport van Bank of America Merrill Lynch. Volgens hen kunnen de centrale banken voor inflatie zorgen, omdat inflatie niet wordt veroorzaakt door sterke groei maar door vraag die sterker is dan het aanbod, wat leidt tot krapte. Waar in het proces van vergrijzing in Europa nog sprake is van een relatief sterke pensioenpositie in het private domein, kan men in de V.S. zich hier niet op beroepen. Hoe daar de oudere inactieven met een matige tot slechte inkomenspositie zullen bijdragen aan de bedoelde vraag die sterker zal moeten zijn dan het aanbod, wordt niet belicht. Ook deze beschouwing overtuigt niet naar een proces van inflatie.
Voor de toekomst ligt in die pensioencontext een heel ander gevaar op loer om op inflatie te sturen. Door de vergrijzing zullen steeds meer inwoners hun aanspraken ten opzichte van de overheid uitoefenen. Veel van deze aanspraken gaan uit van een uitkeringscorrectie als gevolg van inflatie. Dat houdt in dat pensioenpartijen voor het kunnen doen van substantieel hogere uitkeringen, ook in absolute zin grotere spaarpotten moeten realiseren. Met de tanende invloed van de V.S. in het mondiale speelveld als gevolg van de ‘externe’ financiering van nieuwe schulden, moet de vraag worden gesteld of het behalen van zulke rendementen haalbaar is. Het positieve effect van de lagere invloed van de overheidsschuld als gevolg van inflatie, wordt teniet gedaan door de druk op hogere uit te keren premies.
Ook Piketty schetst in zijn boek twee problemen met betrekking tot het instrument inflatie. Inflatie kan uit de hand lopen en inflatie verliest een groot deel van haar effectiviteit zodra ze permanent en voorspelbaar wordt (dan gaan degenen die geld uitlenen aan de staat meer rente vragen). Hij schetst ook een goede reden vóór inflatie. ‘Vergeleken met een vermogensbelasting, die zoals alle belastingen onvermijdelijk leidt tot onttrekking van inkomstenbronnen aan degenen die ze nuttig wilden besteden (om te consumeren of te investeren), heeft de ideale versie van inflatie het voordeel dat in het bijzonder degenen worden geraakt die niet weten wat ze met hun geld moeten doen, dat wil zeggen degenen die te veel liquiditeiten aanhouden op hun bankrekeningen, op halfvergeten spaarbankboekjes en in een oude sok. Het spaart degenen die alles uitgeven, die alles investeren in reële economische activa (bedrijfsbezittingen of onroerende goederen), en vooral degenen die zich in de schulden steken (van wie de nominale schuld door de inflatie afneemt, zodat ze sneller aan nieuwe investeringsprojecten kunnen beginnen).’ Vanuit economisch oogpunt kan dit misschien waar zijn, maar beredenerend vanuit het ecologisch perspectief is het nog maar zeer de vraag of zijn uitgangspunt juist is. In theorie geldt dit namelijk alleen maar op het moment dat de investeerder verwacht dat ecologisch verantwoorde investeringen een hoger rendement opleveren dan investeringen van andere aard. Op lange termijn is deze keuze een no-brainer maar de praktijk leert dat er op korte termijn ook andere keuzes zijn en worden gemaakt.
Bij het ontbreken van de continuering van de huidige concurrentievoordelen op de markten, zullen de V.S. worden ingehaald als gevolg van zaken als demografie, globalisering, emancipatieslagen van achterlopende markten, enzovoort. Het enige waarin de V.S. op korte termijn in ieder geval nog leidend zijn, is militaire dominantie. In hoeverre dit een effect op de beheersing van toekomstige inflatie kan hebben is niet te voorspellen.
Aan het eind van hoofdstuk 12 in ‘Le Capital au XXIe siècle’ komt de schrijver tot een verontrustende rekenkundige vaststelling. De mondiale consolidatie van overheidsvermogens sluit niet op nul. Onder meer Zucman heeft hiernaar onderzoek gedaan. Zijn schatting is dat het ongeveer om 10% van het mondiale bbp gaat, wat verborgen zou kunnen zitten in belastingparadijzen. Binnen een dictatuur is een uitvalsweg naar deze veilige financiële havens, hoewel moreel verwerpelijk, bijna logisch te noemen. Echter kan geen enkele democratie zich deze misstand veroorloven. Het feit is dat hier wel sprake van is. Tevens geldt dat de beheersing van het monetaire stelsel in de V.S. niet onder direct democratisch bewind valt. Wie zegt dat monetaire manipulatie buiten het gezichtsveld van gekozen volksvertegenwoordigers niet plaatsvindt? Om tot redelijke voorspellingen te komen over de ontwikkeling van inflatie in relatie tot de afwikkeling van overheidsschulden blijkt dus een hachelijke onderneming.
Ad 4 Budgetbeheersing
Ergens zal een moment moeten komen dat de overheidsschulden van de V.S. weer gezond zijn in relatie tot haar verdienvermogen. Uitgaande van een beperktere invloed van inflatie dan in het verleden, zullen begrotingsoverschotten nodig zijn. Nu een nog een behoorlijk deel van de bevolking actief is op de arbeidsmarkt, bestaat fiscale verdienpotentie op arbeid voor de overheid. Het gevolg van fiscalisering is wel een lager besteedbaar arbeidsinkomen. De druk op het behalen van handelsoverschotten wordt groter. De concurrentiepositie van de V.S. is in diverse markten kwetsbaar geworden. Net zoals in Europa zal het met name moeten komen van het leveren van hoogwaardige, ecologisch bestendige producten en diensten uit beide economieën. Niet alleen technische maar vooral ook sociale innovatie zullen helpen bij het veranderen van de bestaande economieën. In die zin zullen die kapitalistische naties zichzelf opnieuw moeten uitvinden om haar exportpositie te versterken. Meer samenhang, opofferingsgezindheid, stabiliteit én ondernemerschap is benodigd.
Dit geldt ook voor de kostenzijde. Door het op tijd afbetalen van schulden zullen vele verworvenheden onder druk komen staan waar, in eerste instantie, vooral veel ouderen last van zullen hebben. Dit lijkt niet meer dan fair omdat hoofdzakelijk deze groep in het verleden heeft geprofiteerd van krediet dat feitelijk niet gedekt was. Piketty heeft uitvoerig aandacht besteed aan de Amerikaanse inkomensongelijkheid. Daaruit blijkt dat heel veel Amerikanen helemaal niet vermogend zijn, terwijl ze wel een levensstijl met relatief veel welvaart er op na hebben gehouden. Er is maar een relatief zeer kleine groep die rijkdom bezit in de V.S.; zeker in vergelijking met andere landen in de wereld. De impact van onvermijdelijke bezuinigingen zullen daar voor de grote middenklasse ingrijpend zijn.
Ad 5 Progressieve vermogensbelasting
Ook als het aan Walker ligt lijken de onder- en middenklasse in de V.S. een moeilijke toekomst tegemoet te gaan. Piketty denkt daar heel anders over. Hij stelt een mondiale progressieve vermogensbelasting voor. Het afbetalen van de overheidsschuld zal voor een belangrijk deel gedragen moeten worden door hen die vermogend zijn. Velen weten niet dat de V.S. tot in de jaren 1970 progressieve fiscale tarieven hanteerden. Het is dus niet lang geleden dat die vorm van solidariteit bestond. In de tussentijd zijn de verhoudingen en is de mentaliteit veranderd. De vermogende elite is machtiger geworden en zal er alles aan doen om deze wijze van afrekenen te voorkomen.
Niet alleen redenerend vanuit het huidige systeem maar ook vanuit een toekomstig econoligisch systeem moet het argument worden gehanteerd dat de vervuiler behoort te betalen. De vervuiler is niet per definitie de partij die vermogend is. Het bewijst dat de uitgangspunten van solidariteitsheffing op vermogen die Piketty hanteert, aan discussie onderhevig zijn.
De ‘Panama Papers’ hebben blootgelegd dat de mobiliteit naar belastingparadijzen van zeker de elite, maar ook van kleinere spelers, groter is dan het anticiperend vermogen van overheden om de vermogens van die partijen te fiscaliseren. Mede daardoor zullen overwegend de achterblijvende midden- en onderklassen de schuldenlast dragen zoals Walker heeft vastgesteld. Er is nu al maatschappelijke onrust; laat staan wanneer bovenstaande beleid wordt. Een implosie lijkt onvermijdelijk, met alle gevolgen van dien in een land met veel vrij wapenbezit: ‘Home of the brave wordt al snel ‘Home of the grave’.
Resumerend zouden de volgende ontwikkelingen in de V.S. hen meer geloofwaardig en ons allen meer gezond maken:
- Kiezen voor een ander type leiderschap.
- Herijking van de eigen psyche: samenhang in plaats van ten koste van.
- Veranderen naar een Econoligic Substainability systeem.
- Herinrichting naar transparantere democratische, fiscale en monetaire systemen.
- Schuldenpositie in balans brengen met het toekomstig verdienvermogen.