De stemmen en stemming tijdens de planning en control cyclus

Probleemstelling

Onze samenleving is liberaal kapitalistisch ingericht. Het accent is sterk gericht op groei van aandeelhouderswaarde. Het electoraat stemt al lang zodanig, dat dit gedachtegoed politiek in stand blijft. Simpel gezegd staat binnen deze filosofie de positie van werknemers binnen beursgenoteerde organisaties ten dienste van de groei van de waarde van het aandeel. We hebben in ons land een bovengemiddeld hoge bezetting van multinationals in de structuur van markten. Mede door overheidsbesluiten wordt de onderhandelingspositie van werknemers en kleine ondernemers beperkt. Denk aan de dividendbelasting of de recentere besluitvorming om de zelfstandigenaftrek te beperken. Tevens krijgen de kabinetten van Rutte het maar niet voor elkaar om de arbeidsmarkt op een fatsoenlijke wijze te reorganiseren. Het tegengaan van machtsmisbruik en het stimuleren van een gezonde omgeving van ondernemerschap voor de jongere generatie, maakt deel van uit van een goede verandering. Dat begint niet alleen bij onderwijs maar strekt zich uit over een veel breder maatschappelijk landschap. Ongetwijfeld zal een grote groep wiens aanspraken binnen de huidige structuur nog worden beschermd, ter discussie komen te staan. Het zou een mooie test zijn of solidariteit tussen generaties in onze maatschappij wel echt bestaat; aan vergrijzing hangt niet alleen een economisch prijskaartje.

Sommige beursgenoteerde ondernemingen hebben zich in hun kaart laten kijken met hun bestuurlijke vertrek uit ons land naar een meer ‘aandeelhoudersvriendelijke’ omgeving. Je zult als bestuurder toch maar een goede visie hebben op hoe je het bedrijf duurzaam naar de toekomst wilt leiden. Dat mag je als bestuurder niet op je lever hebben want daar zijn de activistische hedge fondsen, onder het toeziend oog van de politiek, niet van gediend, zoals is gebleken. Het tekent de machtspositie en invloed op besturen van beursgenoteerde organisaties. De discussie over de relatie tussen de politiek en de markt zou ook veel hoger op de agenda mogen staan. Ik moet dan meteen terugdenken aan de gejaagde ogen van Alexander Pechthold toen hem gevraagd werd naar ‘het optrekje’ dat op zijn naam stond en waarvan men wilde weten waar dat vandaan kwam. We spreken hier nog maar over ‘een optrekje’ maar aan de andere kant van de oceaan woedt inmiddels een scherpere discussie over het op grote schaal handelen met voorkennis door politici. Opvallend is dat de huidige POTUS, ooit een groot voorstander van het reguleren van dit soort misstanden, in zijn laatste State of the Union, de kritische paragraaf hierover op het laatste moment heeft geschrapt. Daarnaast verwijten beide grote politieke partijen daar elkaar van beïnvloeding van de macht via ‘dark money’. Laat duidelijk zijn dat hun juridische structuren zodanig zijn opgebouwd dat democratische transparantie niet aan de orde is. Hoe is die macht dan toetsbaar? De meerderheid kiest ook bij ons dus voor het in stand houden van geblokkeerde verhoudingen op de arbeidsmarkt en een chronisch tekort aan politieke transparantie. De meeste partijen op de flanken bieden, ter verdediging van de meerderheid, een weinig realistisch alternatief.

Hierdoor ontstaat een maatschappelijke structuur waarbij de positie van de burger onder druk staat, terwijl die van de consument via oneigenlijke monetaire constructies juist wordt gestimuleerd. Die burger en consument zijn voor alle duidelijkheid dezelfde persoon. In de V.S. leidt dat bij partijen met enorme marktmacht tot mensonterende arbeidsomstandigheden. Dat dit soort verhoudingen overwaaien naar ons continent is onvermijdelijk omdat we binnen de EU niet slagvaardig zijn georganiseerd. De ophef over de ‘decadente sloep van Sjef en de ontmanteling van de brug in Rotterdam’ zou in het niet moeten vallen bij de woede over de menselijke schade in bijvoorbeeld distributiecentra van het bedrijf waar hij tot voor kort leiding aan gaf. Voor alle duidelijkheid spreek ik hier over de op een na grootste werkgever van de V.S. Het is een kwestie van tijd dat dit soort misstanden zich ook hier zullen voordoen als daar niet tijdig op wordt ingegrepen. Dat wij in ons land ook worden geconfronteerd met misstanden is niets nieuws. Helaas is gebleken dat bij de Nederlandse woningbouwcorporaties diverse malen bestuurders zwaar over de schreef zijn gegaan. Al jaren worden we geconfronteerd met het drama van de toeslagenaffaire. Ook daar zijn sterke indicaties van een groot cultureel probleem bij bepaalde publieke diensten. Ik kies daarom voor een bredere context van omstandigheden waarbinnen machtsmisbruik zich voor kan doen. De overtuiging dat we, alleen seksuele misstanden, als gevolg van machtsmisbruik binnen organisaties moeten aanpakken beschouw ik als een te enge definitie. Onderdeel van het besturen van een organisatie zou het tegengaan van alle vormen van machtsmisbruik op alle niveaus moeten zijn.

Ondanks dat in Nederland klokkenluiders nauwelijks worden beschermd, komen gelukkig steeds meer uitwassen in de media, maar weten we statistisch bitter weinig van de omvang van misstanden in relatie tot het geheel van interacties. Dat misstanden, zoals bij The Voice, in de entertainment industrie van alle tijden zijn bewijst het verhaal van de toenmalig manager van The Runaways die ten overstaan van de andere vrouwelijke leden, de minderjarige zangeres verkrachtte. In diezelfde periode voltrok zich in het V.K. een ander drama met het monster Jimmy Saville. Velen daar wisten het, maar keken weg. Degene in dat land, die thans een extreme prijs betaalt voor het blootleggen van echte misstanden van machtsmisbruik op het hoogste niveau zit op dit moment vast en weer kijkt iedereen weg. Hoeveel aandacht werd bij ons besteed aan het nieuws dat aan de toenmalig leidinggevende van de grootste buitenlandse veiligheidsdienst werd gevraagd of de opgesloten persoon op een dodenlijst was gezet en hij daar geen direct antwoord op wilde geven? Tsja, dan denk je als journalist nog wel een paar keer na of je een kritisch stuk wilt schrijven, of in je rol van ambtenaar of je naar buiten wilt treden omdat zich zaken voordoen die het daglicht niet kunnen verdragen. Het is de mogelijke intimiderende diplomatie van zelfcensuur in ons bestel en voedt de sentimenten van conspiratoire geluiden die zelfs reiken tot in de Tweede Kamer. Het probleem is dat daarover dus niet echt een afgewogen oordeel kan worden geveld omdat het ontbreekt aan toereikende transparantie om te kunnen toetsen. Diensten zijn, onder het mom van de veiligheid van de natie, ingericht om zand in de ogen te strooien. Frequent blijkt dat tegendenkers met beperkte focus opereren, wanneer je hun verhaal afzet tegenover een realistisch toekomstig economisch en maatschappelijk model. Het is vooral de uiting van hun onvrede in plaats van het bieden van een haalbaar alternatief en daar hoort het klokken luiden ook aan bij te dragen. Dat laat overigens niet onverlet om vermeende misstanden constructief in te brengen in het publieke debat. Een Minister van Binnenlandse Zaken die zich gaat bemoeien met waar een nieuw magazine wel of niet mag worden geplaatst in een boekhandel, geeft blijk van een diep gewortelde onzekerheid of een overdreven neiging tot controle. Zoiets gaat overigens voorbij aan het kritisch denkvermogen van burgers zelf.

Ook in de sport blijken misstanden jarenlang te zijn toegestaan. Het bestuur van de turnbond is de laatste jaren in zijn hemd gezet, door de openbaring van diverse vormen van agressie en intimidatie ten opzichte van jonge sportsters, terwijl er al voldoende signalen waren. De oplossingen waar de overheid mij komt in dit dossier bevestigen de bestuurlijke armoede. Dit alles valt echter in het niet bij wat zich lange tijd heeft afgespeeld met Larry Nasser bij de Amerikaanse turnbond en het onderzoek van de FBI. De gelauwerde Biles en een andere turnster Maroney hebben in het openbaar al de zeer discutabele rol van het functioneren binnen de FBI belicht. In deze bijdrage wordt journalistiek gewogen wat de consequenties hadden moeten zijn. Naar goed Amerikaans gebruik zijn de slachtoffers afgekocht en heeft een verantwoordelijke official van de bond vlak voordat hij moest getuigen zelfmoord gepleegd, maar de echte schade kan nooit worden weggenomen. Datzelfde geld(t) voor Virginia Giuffre. Overigens is in deze context goed om te vermelden dat een van de bekendste voetballers van de afgelopen 20 jaar indertijd $375.000 heeft betaald als afkoopsom, nadat hij een vrouw zodanig had toegetakeld dat zij de volgende ochtend in het ziekenhuis met een ‘rape kit’ moest worden behandeld, enzovoort. Dan durft een prominente ex-voetballer in het programma Rondo niet lang geleden te verklaren dat diezelfde voetballer, ik parafraseer, zo een goed rolmodel is. Met zulk soort opmerkingen ondermijn je je eigen autoriteit en voed je het beeld van seksisme binnen het voetbal. Wie is de volgende na Marc die publiekelijk door de mand valt, vraag je je af?

Nou dan maar naar de politiek. Daar mag je hopen dat ze het goede voorbeeld geven; niet dus. De kwestie Gündogan en Volt zegt veel over beide partijen. Niet lang geleden vertrok Sydney Smeets van D66, gezien zijn verkeerde voorliefdes en in een dieper verleden was het publiek geheim dat Ruud Lubbers als echte KVP’er veel had om op te biechten. Het kan niet anders dan dit het tipje van de ijsberg is, edoch als we maar iets te weten zouden kunnen komen wat er achter de schermen zich heeft afgespeeld, dan zijn er altijd onverklaarbare ontwikkelingen die roet in het eten gooien; de namen, Cosby, Epstein en Brunel doemen als eerste op.

Het is redelijk te veronderstellen dat in alle geledingen van organisaties van onze maatschappij, bovenstaande ingrijpende zaken zich voordoen en toch weten we niet goed hoeveel dit maatschappelijk kost omdat schaal en schade niet meetbaar bekend zijn. We lopen onder meer tegen de volgende knelpunten aan:

  • Geldende regelgeving inzake corporate governance blijkt ontoereikend te zijn om misstanden zo veel mogelijk tegen te gaan.
  • Geldende regelgeving inzake corporate governance blijkt ontoereikend te zijn om schaal en schade van misstanden in kaart te brengen.
  • Voor het instellen van een bewijslast van het toepassen van machtsmisbruik bestaan onvoldoende ondersteunende juridische instrumenten voor slachtoffers.
  • Er bestaat bij de meeste bedrijven niet zoiets als een prestatie-indicator: % effect machtsmisbruik op, individuele schade, productiviteit en sociale cohesie.
  • De grove excessen ten spijt, is het nog maar de vraag of grote groepen mensen accepteren beperkt te worden in hun bewegingsvrijheid ten faveure van het voorkomen van misstanden.
  • Tevens hebben we te maken met privacy-wetgeving waarmee verregaande meting en gedragsbeïnvloeding in conflict zal komen.

Ruimte voor oplossingen

Niettegenstaande de terechte woede, ben ik sceptisch of er vanuit de politiek iets zal veranderen. In hoeverre worden mensen met macht daadwerkelijk gestuurd in hun handelen en is men binnen Nederland en de EU bereid om daar vergaande maatregelen in te nemen en daarmee de bewegingsruimte in diverse (hogere) echelons extra te beperken; ik vraag dit mij af of dat centrale politieke draagvlak er echt zal zijn, want dat zou inhouden dat je toch eerder aan een ideologische herdefinitie moet denken? In toevoeging daarop is het merendeel van mensen met macht naar mijn overtuiging wel zuiver op de graat. Een democratie is er echter juist om zwakkeren te beschermen. Wanneer we die overtuiging niet genieten dan kunnen we beter stoppen. Het zou in dat kader een misvatting zijn om de inhoud van deze blog te interpreteren als het instellen van een discussie over hiërarchie in een organisatie. Niets is minder waar, het zou het juist moeten versterken door te accentueren waar verantwoordelijkheden liggen maar ook duidelijk te maken waar grenzen per persoon worden getrokken.

Vanuit een meer praktisch perspectief kunnen, schat ik in, weldegelijk verbeteringen worden gerealiseerd om machtsmisbruik in organisaties tegen te gaan. Dat begint eerst bij het centraal instellen van een onafhankelijk Corporate Governance instituut waar mensen terecht kunnen. Dit instituut heeft de maatschappelijke en juridische slagkracht – in overleg met het OM indien nodig – om slagvaardig te kunnen interveniëren bij organisaties. Dit instituut biedt tevens de bedrijfstakken het vertrekpunt om zaken gecoördineerd aan te kunnen passen. Het instituut ressorteert onder het Ministerie van Algemene Zaken. Dit is een directe verantwoordelijkheid van onze premier in zijn of haar rol als Pater/Mater familias. Leiderschap is verbinding en dat zou hier tot uiting moeten komen. De rol van dit instituut is niet om persoonlijke frustraties te behandelen. Nogmaals dit instituut is er om misstanden te voorkomen en corrigeren en cohesie te bevorderen. De kracht van Nederland is dat wij in de polder in het overleg tussen overheid, werknemers en werkgevers goed werkbare afspraken kunnen maken. We hebben de infrastructuur en in die omgeving kunnen handen en voeten worden gegeven aan het verrijken van Codes Corporate Governance met als doel misstanden te voorkomen en corrigeren.

Voorts worden in de CAO concrete maatregelen opgenomen waarbij nog veel meer een accent wordt gelegd op preventie van machtsmisbruik en toetsing van regels door onafhankelijke partijen. In de CAO’s  voor arbeidsbemiddeling worden extra eisen aan het bemiddelingsproces gesteld, zoals bijvoorbeeld voor de CAO voor uitzendkrachten van de ABU. Indien aan eisen, zoals een transparant inzicht of een organisatie pro-actief machtsmisbruik in diverse verschijningen bestrijdt, niet wordt voldaan, wordt door de hele branche niet bemiddeld. Tevens hier kan het instituut Corporate Governance een prominente onafhankelijke rol spelen. Vorenstaande is in mijn ogen belangrijk. Ik heb indertijd in mijn contacten met intermediairs, in een markt met meer aanbod dan vraag van arbeid, ervaren dat het onder de aandacht brengen van dit soort knelpunten in mijn vakgebied Business Control, vaak een lauwe reactie gaf. Het is te makkelijk om daar een individu op af te rekenen. Het zegt veel meer over de omgevingsfactoren die van invloed zijn op een bemiddeling waarbij uiteindelijk een slachtoffer kan vallen, terwijl dat had kunnen worden voorkomen. Zodra die randvoorwaarden wel zijn ingevuld, kunnen medewerkers wel hun verantwoordelijkheid hierin nemen. Binnen het bestaande bestel zijn er naar mijn mening nog voldoende andere mogelijkheden om meer maatregelen te treffen om misstanden te voorkomen. Wellicht dat ik in een andere bijdrage daar op terug kom.

Uiteindelijk bepaalt bovenstaande maar ten dele de cultuur van een organisatie. De beoogde cultuur zonder misstanden zal toch door middel van meer specifieke afspraken tussen actoren, in harmonie met bij ons gangbare maatschappelijke waarden en normen, verder moeten worden verfijnd. Ik zeg met name ‘bij ons’ omdat extreme arbeidsomstandigheden die voorkomen in landen zoals China én de V.S., hier vanzelfsprekend niet zijn gewenst. De combinatie van de functies HRM en Business Control met ondersteuning van Internal Audit zou naar mijn mening een prominentere rol moeten spelen in het vormgeven van preventie en afstemming. Vanuit beide disciplines worden instrumenten ingezet die de doelstellingen ondersteunen. In de volgende alinea wordt Business Control via een praktisch voorbeeld belicht. Ik ga graag met iedereen in debat die van mening is dat daarmee de vrijheid en positie van de lijnfunctie te zeer wordt beperkt. Ik denk van niet. Volgens mij levert een organisatie waarbij de samenhang zonder machtsmisbruik optimaal is geregeld, de beste prestaties mits de strategie vanzelfsprekend juist is. Tevens bieden genoemde maatregelen een goed signaleringssysteem voor individuen die de strategie niet onderschrijven. Daarmee bestaan eerlijke gronden om afscheid van elkaar te nemen. Het is anders wanneer een belangrijk deel van de organisatie de strategie niet onderschrijft. Juist dat laatste zou vanuit een ‘early warning system’ naar voren moeten komen, zonder dat sprake is van intimidatie. Is een OR voldoende geëquipeerd om hierin een rol te spelen? Ik vraag het mij zeer af omdat het begrijpen van de complexiteit en het realiseren van oplossingen, specifieke kennis vereist die niet altijd in de OR is vertegenwoordigd.

Business Control

Onderdeel van Business Control is de planning en control (p&c) cyclus, bestaande uit de delen Plan, Do, Check & Act (PDCA-cycle of Deming circel). Het begint bij het maken van strategische keuzes in het onderdeel Plan waarbij het bestuur besluiten neemt om binnen de PDCA-cycle toereikende controles, zowel intern als extern, in te bouwen om een hoogwaardigere cohesie binnen de organisatie en met haar stakeholders te bewerkstelligen. Het helpt enorm indien bovengenoemde voorgestelde externe maatregelen inzake een instituut zijn getroffen. Dit geeft partijen binnen de organisatie, en zeker de Business Controller, meer steun in de inrichting van een meer moderne p&c cyclus. Aanvullend hierop kan ook worden gekozen om met andere professionele partijen de externe onafhankelijkheid te borgen. In het algemeen zullen voor de beheersing van de processen eerst alle onderdelen van het model business proces management in kaart worden gebracht. Daaruit vloeit voort welk proces bij welk deel van de PDCA-cycle hoort. Dwars door al die processen spelen de functies met taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden, de interdependentie, de mate van risico’s per proces, enzovoort. Toereikende inrichting van controle technische functiescheiding in processen als gevolg van strategische besluitvorming omtrent risicorespons, vereist naar mijn mening meer aandacht. Er worden in de praktijk meerdere vormen gebruikt maar ik houd mij bij de in de theorie gangbare verdeling die bestaat uit de volgende functies:

Ik heb reeds in meerdere blogs de werking van de dimensie van kleurenstelling in een processchema uitgelegd. Dit geeft snel en duidelijk weer wie wat in welke rol doet. Nog steeds zal dit voor de meeste lezers abstract overkomen. Daarom grijp ik terug op het interview tussen Boos en De Mol. De laatste verkondigt dat voldoende loketten aanwezig zijn voor mensen om misstanden te melden. Daarmee wordt de indruk gewekt dat de inrichting van de Interne Beheersing (IB) van zijn organisatie op orde was. Ik ben op basis van zijn verklaringen een andere mening toegedaan. Op enig moment wordt in het interview met Boos het volgende besproken:

JdM:

Nou ja kijk als je kijkt naar hoe wij onze bedrijfscultuur hebben, hoe de productie van The Voice georganiseerd is, hoe het al die jaren bij Talpa georganiseerd is, met alle mogelijkheden die er zijn om aan de bel te trekken, en dan krijg je aan het einde van de rit deze optelsom van wat er allemaal klaarblijkelijk verkeerd is gegaan, dan hebben al die loketten en maatregelen dus kennelijk niet het gewenste effect gehad.

Boos: Ja, ik schrijf even met je mee.

Boos: Even administratief. Wij hebben 12 januari 2022 een verzoek tot wederhoor gedaan; naar Talpa. Persoonlijk waren we iets later, in ieder geval en wij wilden weten was je voor die tijd al bekend met deze verhalen: Voor 12 januari 2022 of voor een deel van deze verhalen.

JdM: Nou eigenlijk begint voor mij deze film pas in april 2019. Voor die tijd – The Voice loopt vanaf 2010 geloof ik, dus negen jaar lang, negen series tien series, Voice kids, is mij nooit bekend geweest dat er iets in deze vorm gebeurd zou zijn binnen die producties. Voor het eerst gebeurde dat in april 2019. Toen kwam Linda de Jong, de Creative Director (CD), dat is de hoogste in rang bij de productie, samen met mijn zakelijk directeur Rick Brug op mijn kantoor met het verhaal over Jeroen R. En dat is als volgt gegaan. De dame in kwestie heeft zich gemeld bij de kandidatenbegeleiding die wij hebben bij The Voice. Bij de grote Voice zijn dat vier, bijna altijd dames, die er in de studio 24/7 zijn in de begeleiding van de kandidaten.

Boos: Is dat al sinds het begin?

JdM: Ja sinds het begin, ja.

Boos: Even heel kort zijn zij vertrouwenspersoon of begeleider.

JdM: Officieel vertrouwenspersoon niet want dat hoort natuurlijk iemand te zijn extern, die hebben we wel maar binnen het bedrijf. Maar binnen The Voice hebben we dus kandidatenbegeleiding die dag en nacht met die mensen optrekken en waar ze ook terecht kunnen met in principe alles wat ze dwars zou zitten.

Boos: Die kwamen naar jou toe.

JdM: En in dat geval is dus een deelneemster van The Voice is naar die kandidatenbegeleiding toegegaan met een verhaal dat ze werd lastiggevallen met appjes door Jeroen R.

Boos: Die appjes heb ik gezien en dat gaat heel expliciet over een dickpic.

JdM: Ja dat weet ik dus niet. Ik weet alleen maar appjes.

Die (red: de kandidatenbegeleider) is naar Linda de Jong gelopen daarmee, de CD met dat verhaal en Linda (red: de Jong) heeft toen in eerste instantie gekozen met dat verhaal om contact te zoeken met het slachtoffer, uitgenodigd op kantoor; die is gekomen met haar moeder en daar is ons verteld wat er allemaal gebeurd is. En daarna is Linda direct naar onze zakelijk directeur gelopen, in feite de volgende in rang is en samen zijn ze op diezelfde dag bij mij op kantoor terecht gekomen.

Boos: Okay en wat heb je toen gezegd?

JdM: Nou ik was even sprakeloos en daarna werd ik echt razend en wat ik toen heb gedaan is direct Jeroen R gebeld; die zat in de studio met iets en ik heb gezegd je laat nu alles uit je handen vallen en je stapt nu in je auto en je komt nu naar mijn kantoor. Ja maar ik ben, nee nu. Tien minuten later, vijftien minuten later was die er en ik heb hem toen een half uur lang alle hoeken van de kamer laten zien en ik heb zelfs twee keer me moeten inhouden om hem niet gewoon plat op zijn bek te slaan. Ik was ziedend.

Boos: Dat heb je niet gedaan?

JdM: Nee dat heb ik niet gedaan. En heb hem toen verteld dat als hij dit nog een keer zou doen en maar ook een letter zou appen naar een vrouw binnen The Voice of het nou een deelneemster was of een medewerkster, maakt niet uit. Dan zou hij de tijd niet eens krijgen om de app af te maken want dan zou ik hem echt met kop en kont beetpakken en eruit gooien; inclusief alle consequenties naar buiten toe.

Boos: Wat ik begrepen heb is dat er toen wel al bekend was dat het om meerdere vrouwen zou gaan.

JdM: Nee.

Boos: Dat is bij jou niet bekend.

JdM: Nee, nee absoluut niet, nee.

Indien de IB goed is ingericht dan zorgen protocollen ervoor dat misstanden van bovengenoemde aard aan lijnfunctionarissen, door hen wordt gemeld aan de vertrouwenspersoon, de hoogste in rang van de staffunctie HRM, Internal Audit en de portefeuillehouder binnen de RvC. De indruk wordt gewekt dat deze protocollen niet zijn ingesteld of dat ze wel zijn ingesteld maar dat de hogere echelons binnen de organisatie van De Mol deze protocollen niet respecteert. Dit zou voor een RvC aanleiding moeten zijn om in te grijpen. Wanneer deze protocollen er niet zijn dan functioneert de CFO onder wiens verantwoordelijkheid de goede werking van Interne Beheersing valt, niet goed. Ook daar zou stevig op ingegrepen behoren te worden.

Vervolgens meent De Mol dat hij eenzijdig een gesprek aan mag gaan met de vermeende dader. Los van bovenstaande zou, als dat gesprek toch plaatsvindt, tenminste altijd de hoogste in rang van HRM aanwezig moeten zijn alsmede de CFO om te toetsen over wat voor soort risico wordt gesproken. De CFO is in technische zin het beste geëquipeerd om te toetsen of sprake is een onaanvaardbaar risico van belangenverstrengeling aangezien de vermeende dader de zwager is van De Mol. Vanuit bedrijfskundig perspectief mag door een RvC niet worden getolereerd hoe door lijnfunctionarissen en nota bene door De Mol zelf is gehandeld met betrekking tot de melding van het vermeende slachtoffer. Het zal mij benieuwen wat er uit het extern onderzoek naar boven zal komen en welke maatregelen worden getroffen. De indruk wordt sterk gewekt dat de verantwoordelijke voor IB zijn werk niet goed heeft uitgevoerd. Juist wanneer een instituut Corporate Governance inclusief aangepaste regelgeving bestaat, zullen verantwoordelijke functionarissen wel drie keer nadenken voordat zij een niet goed functionerende set van instrumenten van IB op de organisatie loslaten. Naast de externe onafhankelijkheid is in de inrichting een goed doorgevoerde controletechnische functiescheiding essentieel. Daarmee kan de Business Controller zijn rol als adviseur en gatekeeper – het geweten van de organisatie – effectiever uitvoeren.

Een andere boemerang van De Mol betrof zijn ‘kritiek’ dat slachtoffers de misstanden niet hadden gemeld terwijl de loketten er toch waren. In hetzelfde interview geeft De Mol toe dat in zijn contracten met juryleden van The Voice geen artikelen van preventieve aard met betrekking tot misbruik van hun machtspositie zijn opgenomen. Hoe kan een Business Controller voor dit onderdeel preventieve maatregelen instellen wanneer er contractueel niets is geregeld met mogelijke agressors? Kandidaten in een kwetsbare positie worden bij voorbaat in de wind gezet. Nergens blijkt dat preventieve maatregelen ten faveure voor hen zijn genomen, behalve dat ze naar een persoon in de lijnfunctie kunnen stappen waarbij dan ook nog eens verkeerd wordt geëscaleerd. Door zijn eigen gedrag heeft De Mol bevestigd dat dit inderdaad niet werkt. Nu pas wordt een onderzoek ingesteld maar is er na elk seizoen door een externe partij in opdracht van HRM of indien nodig Internal Audit van zijn organisatie, wel eens een anonieme enquête uitgevoerd, waarbij aan oud deelnemers is gevraagd naar hun ervaringen op het gebied van beleving en misstanden? Blijkbaar dus niet want dan had men waarschijnlijk al eerder input gekregen. Ook hier blijkt dat functiescheiding gericht op het beschermen van de kwetsbare partijen, via meting en bewijslast en ook de wil om te leren van de perceptie van anderen, niet door de bloedvaten van zijn organisatie stroomt. Steeds meer wordt duidelijk in de media dat deze problematiek bij veel organisaties speelt en dat veel meer aandacht moet worden besteed aan de inrichting van de p&c cyclus zelf en de beheersing daarvan in relatie tot het tegengaan van misstanden.

Ik heb, mede gebaseerd op mijn ervaringen in het private en publieke domein, dat al jaren geleden onderkend en heb daarom indertijd een basis opgezet in een BI-systeem waarin bovenstaande potentiële bottlenecks kunnen worden getackled. Het is met name aan de draagkracht en het draagvlak van de beslissers binnen een organisatie en tevens bij intermediairs of daarvan gebruik wordt gemaakt. Via de dimensies “efficiency”, “quality” en “people” in een dashboard geeft het per onderdeel een beeld over de performance van een organisatie aangaande de p&c cyclus. De laatste dimensie biedt dus alle ruimte om op het niveau van individu, afdeling, unit, integraal inzicht te geven over de performance van mensen. Door hier een structuur voor op te zetten en mensen ook de mogelijkheid te geven om daar zelf actief invulling aan te geven, zonder de dreiging van represailles, kan het niet anders dan dat juist een betere focus op het gezamenlijk behalen van doelen en het voorkomen van machtsmisbruik in al zijn vormen ontstaat in plaats van andersom. Business Control kan daar echt het verschil in maken mist zij goed wordt gepositioneerd!